Petrus wordt vaak als “haantje de voorste” afgespiegeld. Deze suggestie is er vaak op gebaseerd dat hij jongere en lievelingsdiscipel van Yeshua, Johannes, inhaalde bij het graf. Het had niets met Petrus’ karakter te maken dat hij Johannes voorbij ging.

Het punt was dat Johannes een nazaat uit de lijn van de hogepriesters was en zich volgens de thora niet met een dode mocht verontreinigen.

Pas toen Petrus hem kon verzekeren dat Yehua daar niet was, ging hij het graf binnen. Hij wachtte keurig buiten. Yeshua had nergens geleerd dat het goed was de thora en zijn regels te schenden en ook na zijn opstanding bleven deze regels gelden.