Israël is Gods oogappel

God noemt Zijn volk Israël :

– Geliefde tortelduif (Ps 74:19) Geef aan de wilde dieren de ziel van Uw tortelduif niet over, vergeet niet voor altijd het volk van Uw ellendigen.

– Zijn oogappel (Zacharia 2:8 HVS of 2:12 NBV) Want zo zegt de HEERE van de legermachten: Nadat Hij heerlijkheid heeft beloofd, heeft Hij mij gezonden tot die heidenvolken die u beroven, want wie u aanraakt, raakt Zijn oogappel aan

– Zijn parel (Ezechiël 20:6) Op die dag heb Ik Mijn hand voor hen opgeheven om hen uit het land Egypte te leiden naar een land dat Ik voor hen uitgezocht had, een land dat overvloeit van melk en honing. Het is een sieraad onder al de landen.

– Zijn lieveling (Psalm 83:4) Zij beramen listig een heimelijke aanslag tegen Uw volk en beraadslagen tegen Uw beschermelingen (NBV : lievelingen).

– Zijn kroonjuweel (Zacharia 9:16, 17) Op die dag zal de HEERE, hun God, hen verlossen, als de kudde van Zijn volk, want als edelstenen in een diadeem zullen zij schitteren in Zijn land