Voor mij …

Hij deed het alleen voor mij.

Weet je, toen God deze wereld binnen kwam, toen Hij mens werd, werd Hij die tot dan toe totaal ongebonden was, ineens gebonden.

  • Hij werd de Gevangene van het vlees van Zijn lichaam.
  • Hij werd ineens beperkt door dingen als vermoeidheid: vermoeid wordende spieren, hersenen, oogleden.
  • Vanaf dat ogenblik werd Hij kwetsbaar voor het gezeur van mensen, voor de twijfels over Zijn betrouwbaarheid, voor het ongeloof of Hij al dan niet goed was en of Hij al dan niet de waarheid sprak.

Gedurende meer dan drie decennia was de fysieke grenzeloosheid die Hij in de eeuwigheid had, beperkt tot de lengte van Zijn uitgestrekte armen, werd Zijn snelheid afgeremd tot die van Zijn menselijke voeten, werd Zijn ervaren van de dingen ingekrompen door de grenzen van Zijn zintuiglijke mogelijkheden.

Vraagt ge u nooit eens af of Hij nooit in de verleiding is gekomen om die almacht van Hem – die daar blijkens Zijn wonderen en genezingen die Hij deed voor de mensen rondom Hem – toch nog altijd aanwezig was, terug voor Zichzelf op te eisen ? Heeft Hij bijvoorbeeld nooit:

  • tijdens een lange voettocht door het land misschien, Zichzelf een verplaatsing door de lucht naar de volgende stad gewenst ?
  • Of, als de regen Zijn botten verkilde, heeft Hij dan nooit het weer een handje geholpen om elders te gaan regenen ?
  • Of als de hitte Zijn lippen deed barsten van droogte, heeft Hij dan nooit ervan gedroomd om eventjes naar de Dominicaanse Republiek  geteleporteerd te worden voor een koele verfrissing ?

Als er ooit al dergelijke gedachten bij Hem kwamen boven drijven, dan heeft Hij er alleszins nooit aan toe gegeven. Niet één keer. Denk daar maar eens over na ! Niet één keer heeft Jezus Zijn bovennatuurlijk krachten gebruikt voor Zijn eigen, persoonlijke gemak.

  • Met één woord had die Man die volgens de Bijbel geen steen had om Zijn hoofd op te leggen de harde grond kunnen veranderen in een zacht bed, maar Hij heeft het nooit gedaan.
  • Met een simpel handgebaar had Hij het speeksel dat de soldaten op Hem spuwden, kunnen laten terug kletsen in het gezicht van de spuwer. Maar Hij heeft het niet gedaan.
  • Met het optrekken van Zijn wenkbrauw had Hij de hand van de soldaat die Hem een doornenkroon op Zijn hoofd duwde kunnen laten afvriezen. Maar Hij heeft het niet gedaan.

En weet ge wat daarvan het strafste was ?

  • Niet dat Hij, in een oogwenk, veranderde van een Persoon die niets nodig had, in Iemand die behoefte had aan lucht, voedsel, water en vooral mensen – om het even wie – die hun leven aan Hem wilden overgeven om de eeuwigheid met Hem door te brengen.
  • Niet dat Hij rustig bleef toen Zijn beste vrienden – omdat het er even wat ruiger aan toe ging – op de vlucht sloegen.
  • Niet dat Hij weigerde toe te geven toen de engelen Hem vroegen: “Eén knikje van Uw hoofd, één woord uit Uw mond, en die demonen die U omringen veranderen in gebakken lucht”.
  • Niet dat Hij weigerde Zichzelf te verdedigen toen Hij werd beschuldigd van alle zonden die sinds Adam werden begaan.
  • Ook niet dat Hij bleef zwijgen toen miljoenen veroordelingen in het hemelse gerechtshof over Hem werden uitgesproken – toen de beerput van alle zonden van alle mensen ooit over Hem werd uitgestort – toen de Gever van het licht werd uitgespuwd in de kilte van de zwarte nacht van de zonde.
  • Zelfs niet dat Hij na drie dagen in dat donkere gat geweest te zijn met een glimlach opstond en tegen de duivel zei: “Is dàt àlles waartoe gij in staat zijt ?”.

Dat wàs straf van Hem ! Ongelooflijk straf !

Maar het strafste wat de Man die Zijn hemelse kroon opgaf in ruil voor een doornenkroon deed, was dat Hij dat voor mij deed.

Alleen voor mij.